Beste Paul,
Misschien kunt u mij nog herinneren, misschien ook niet. Ik kan me u nog goed herinneren. (Ik was het meisje/jonge vrouw met de zwarte hoed en het zwarte hondje.)

Vorig jaar, op 28 januari, deed u ons een belofte. U beloofde dat er binnen 4 weken duidelijkheid zou komen over de wachtlijsten. U beloofde dat vraag en aanbod beter op elkaar afgestemd zou worden. U gaf de aanbieders en verzekeraars 4 weken om er samen uit te komen. U beloofde beterschap, u beloofde dat er dingen zouden gaan veranderen. Ik vertelde u dat ik al 8 jaar op zoek ben naar een plek binnen een gespecialiseerd centrum. Ik vertelde u dat ik wanhopig werd (en word) van de zoektocht, van de afwijzingen, van keer op keer te horen te krijgen dat je ‘te complex’ bent. 

We zijn bijna een jaar verder, een jaar min 10 dagen. Vandaag hoorde ik van een lotgenootje, u sprak haar een jaar geleden en u sprak haar vanmorgen, dat u ‘aangedaan’ was door haar verhaal. Dat u het zo verschrikkelijk vindt dat ook zij niet de passende behandeling heeft gevonden. U vertelde ook – en daar kan ik mij absoluut niets bij voorstellen – dat u niet de signalen ontvangt dat het misgaat in de GGZ. En dan denk ik… naar wie luistert u? Bij wie haalt u uw informatie vandaan? Ik krijg die signalen dagelijks, vanuit mijn functie als mentor. Vanuit mijn positie als vriendin. En vanuit mijn eigen positie. Want, beste Paul, ik wacht al 8 jaar op een plek binnen een gespecialiseerd centrum. 8 jaar… Kunt u zich er iets bij voorstellen? 

Ik werd ziek op jonge leeftijd. Ik ontwikkelde ernstige anorexia en onderging vroegkinderlijke traumatisering. Op mijn dertiende belandde ik in de GGZ. Een opname op een gesloten afdeling. Dwang en drang vond er plaats. Ik werd er misbruikt. Stelselmatig. Alles wat ik had, werd van mij afgepakt. Voor ruim 7 maanden. Deze opname was het begin van een lange lijdensweg, een pad dat ik liever niet had bewandeld. Ik had geen keuze. Ik was ziek. Ik ging van opname naar opname. Ik kreeg afwijzing na afwijzing. ‘Te complex’, ‘te laag BMI’, ‘trauma te veel op de voorgrond’. Ik werd heen en weer geschoven tussen instellingen. Niemand wilde zijn of haar handen aan mij branden. En geef ze ongelijk. Er wordt betaald voor succes. En ik was ‘te complex’, dus daar verdien je niet aan. Dat kost enkel geld. 

Ik had het geluk dat ik in 2009 bij een fantastische psychologe terechtkwam. Iemand die mij als persoon zag. Iemand die verder keek dan de oppervlakkige symptomen. Maar ook zij heeft haar beperkingen in wat zij kan. En dus wilde zij mij doorverwijzen naar een plek waar ik de zorg kon krijgen die ik nodig had, die ik verdiende, zoals zij zei. Vanaf 2012 zijn wij bezig om mij ergens binnen te krijgen. Kunt u zich er een voorstelling bij maken, beste Paul? Sinds 2012, dus dat is nu al ruim 8 jaarRuim 8 jaar is mijn fantastische psychologe bezig om mij op een plek te krijgen waar ik eindelijk mijn verleden kan gaan aanpakken, waardoor ik los kan komen van mijn anorexia. En al ruim 8 jaar krijg ik de ene na de andere afwijzing. 

Vorig jaar was ik op 28 januari ook in de hal van VWS. Niet enkel voor mezelf, maar voor de grote groep mensen die een zelfde verhaal hebben als ik. Voor de mensen die niet kunnen of niet durven spreken. Want dat is het geval, beste Paul. Mensen met vroegkinderlijke trauma’s durven zich vaak niet uit te spreken, zij kunnen het niet. Deze groep mensen dient geen klacht in als behandeling niet goed verloopt, deze groep mensen betrekt dit op zichzelf. Ze trekt zich terug, wordt angstig en slaat dicht. En ondertussen worden gespecialiseerde centra gesloten, lopen de wachttijden enkel op en wordt deze groep mensen verder getraumatiseerd. Met alle gevolgen van dien. Als zij eenmaal ergens binnenkomen voor behandeling, zal de behandeling moeilijker zijn, langer duren en – niet verrassend – duurder zijn. 

Beste Paul, ik ben inmiddels op een punt aanbeland dat ik niet langer verdrietig word van deze gebeurtenissen. Ik ben inmiddels op een punt aanbeland waarop ik ontzettend boos ben. Ik ben boos op u, op uw ministerie en op alle ambtenaren die dit beleid binnen de GGZ mogelijk hebben gemaakt. Ik ben boos omdat u al een jaar zegt onze signalen serieus te nemen, maar u keer op keer lijkt te falen in uw beloften. Ik realiseer me dat dit harde woorden zijn. Normaliter zou ik mijn boodschap beter verpakken. Maar beste Paul, ik kan dat niet meer. Ik kan niet meer politiek correct zijn, mijn geduld is op, ik ben moe. Moe van het moeten strijden voor een behandeling. Want tot op de dag van vandaag ben ik nog niet binnen bij een gespecialiseerd centrum. Zelfs de hoog complexe zorgtafel is erbij betrokken inmiddels. De tafel die u in het leven heeft geroepen. 

Aanstaande woensdag ben ik jarig en een van de mooiste cadeaus die ik zou kunnen krijgen, is de boodschap dat ik op korte termijn kan starten binnen een gespecialiseerd centrum. Maar ik weet dat dat een utopie is. Dat heb ik in de afgelopen jaren wel geleerd.

Als ik eerlijk ben, denk ik niet dat deze mail veel impact zal hebben. Ik zal eerlijk zeggen dat ik geen vertrouwen meer heb in uw woorden. Toch waag ik nog een laatste poging. Ik weiger mezelf op te geven. In de afgelopen jaren ben ik zo vaak opgegeven, maar ik geloof niet dat dat is hoe mijn leven moet eindigen. Ik wil leven, beste Paul. Ik wil dolgraag leven. En daarmee wil ik afsluiten. Ik wil u enkel nog vragen, lees deze mail alstublieft heel zorgvuldig. Laat de woorden op u inwerken. En alstublieft, draagt u dan over aan de volgende staatssecretaris dat het beleid voor de GGZ echt anders moet

Met vriendelijke groet,
Melissa

Gerelateerde posts:

Deel je gedachten

%d bloggers liken dit: